Gemeenten

Eerst in de Franse tijd (Bataafse Republiek 1795) werden gemeenten opgericht als onderdeel van het admini­stra­tieve systeem van de staat.  Vóór die tijd was er een zeer lokaal en niet-homogeen bestuur:  steden hadden stadsrecht, en op het platteland had de lokale heer het meestal voor het zeggen.  Voor rechtspraak waren er 'schoutambten', maar die hadden geen administratieve functie.  De clerus noteerde dopen, huwe­lijken en begra­fenissen, en er waren Volks­tel­lingen, maar er was geen bevol­kings­admini­stratie.  Registratie in de Burgerlijke Stand door de gemeente ná 1811 was een grote verandering.

Bij de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werden deze 'Franse' besluiten aanvan­kelijk weer teruggedraaid, maar met de grond­wets­her­ziening van 1848 werden de Nederlandse gemeenten definitief gevestigd.

Oorspronkelijk waren gemeenten klein, ook omdat reistijd een beperkende factor was (zeg één uur gaans;  rivieren bijvoorbeeld waren een serieus obstakel).  Als gevolg daarvan waren er veel gemeenten met daarin slechts één dorp, en een omvang van slechts enkele vierkante kilometers (<10 Km2).  De naam van de gemeente is dan dezelfde als dat dorp (dat dorp wordt dan niet genoemd in de "Naamlijst der Dorpen, ...", maar is wel opgenomen in deze database).  Als een gemeente 2 of 3 dorpen omvatte, kreeg die gemeente soms een naam samengesteld uit de namen van die dorpen (bijvoorbeeld gemeente Vessem, Wintelre en Knegsel, en gemeente Zalk en Veecaten).  Oude (vesting-)steden vormden een gemeente op zich (omliggende gebieden behoorden meestal niet tot die gemeente).  Dergelijke 'stadsgemeenten' waren kleiner dan 1 Km2.
Wel diende een gemeente minstens 25 kiesgerechtigden (= belasting­betalende mannen) te omvatten.  Door al die kleine gemeenten waren er dan ook méér dan 1100 gemeenten (tegenwoordig 390). 

Deze database geeft de situatie weer in 1859;  gemeenten die toen al opgeheven waren of toen nog niet bestonden, staan wel in de database maar zonder plaatsen.  Verder staan de gemeenten hier onder de provincie waar ze in 1859 onder vielen;  een enkele gemeente is over­gegaan naar een andere provincie (bijvoorbeeld Oudewater van Zuid-Holland naar Utrecht).  Om dat goed aan te geven, is in de database een gemeente Oudewater (Zh) ingevoerd (in de provincie Zuid-Holland) die overgaat in een gemeente Oudewater (Ut) (in de provincie Utrecht).
Het lijkt er op dat de situatie in 1859 qua plaatsen en gemeenten de ruime periode ervoor en erna redelijk weergeeft;  duidelijk is in ieder geval dat de situatie na 1900 –en zeker na 1950– sterk veranderde.

NB:  Er zijn diverse gemeenten met dezelfde naam (Bergen Nh/Lb, Laren Gl/Nh, Stein Zh/Lb, Hengelo Ov/Gl, Rijswijk Zh/Nb), soms zelfs binnen dezelfde provincie (Serooskerke op Schouwen-Duivenland en op Walcheren).  En gemeenten met bijna dezelfde naam, bijvoorbeeld Grijpskerk (Gr) en Grijpskerke (Zl), of Putte (Nb) en Putten (Gl), of Ede (Gl) en Eede (Zl), of Oudorp (Nh) en Ouddorp (Zh).  Over gelijk­namige plaatsen zullen we het maar niet hebben.

NB:  Er waren ook nog gebieden die geen gemeente onder een provincie vormden, maar direct onder het rijk vielen ('Openbaar Lichaam').  Daar zijn geen plaatsnamen gevonden.

Zie eventueel ook Opmerkingen t.a.v. Kaarten.

Rechtspraak:  Een terugkerende term is Wigbold of Schependom (zie Wikipedia).  In het verleden was er duidelijk onderscheid in rechtspraak tussen steden en het platteland;  in het eerste geval gold stadsrecht, in het tweede landrecht.  Het gebied direct om de stad viel soms ook onder het stadsrecht en werd dan Wigbold of Schependom genoemd.  Dit vind je soms terug in de gebiedsnamen.

Plaatsen

Bij de Volkstelling van 1859 staat een index 'Dorpen, Buurtschappen en Gehuchten' met bij elke naam de bijbehorende gemeente (niet altijd met exact overeenkomende spelling).  Deze lijst is als uitgangspunt gebruikt;  een enkele keer wordt daar van afgeweken als een plaats eerder onder een andere gemeente viel.
De lijst is uitgebreid met wat in de details van de Volkstelling (Excel) staat, en met namen van boerschappen uit eerdere volkstellingen, uit "Alphabetische Naamlijst van Steden, Gemeenten en Plaatsen" (zie Bronnen hieronder), en uit andere genealogische bronnen (zoals de veldnamen die men tegenkomt in BS akten en DTB-boeken).  Alles in de aangetroffen spelling.
Lang niet altijd is duidelijk of een naam slaat op een buurt (= wijk) van een plaats of een buurtschap/­gehucht, en of het de naam van een polder is dan wel een plaats met polder in de naam;  dergelijke namen zijn wel opgenomen.  Ook is niet duidelijk of bijvoorbeeld "Slijkwell en Wellseind" één buurtschap is, of dat het er twee zijn.  Ongetwijfeld zijn er wijken en polders opgenomen die geen woon­kernen waren.  Let overigens op:  een naam met …straat er in duidt niet altijd een straat binnen een bebouwde kom aan, maar mogelijk een plaats met lintbebouwing.
Veel van de genoemde buurtschappen en gehuchten bestaan niet meer als zodanig;  ze zijn opgenomen als wijk in een nabij gelegen plaats.  Soms refereert een straatnaam nog aan het gehucht of buurtschap.

NB:  In principe bestaat er onderscheid tussen de begrippen Buurschap en Buurtschap (zie Wikipedia).  Maar de gebruikte bronnen lijken dat onderscheid niet te maken.

Geografie

Op zich lijkt de geografie heel eenduidig:  een plaats(/dorp/­gehucht) ligt binnen een gemeente, en die gemeente ligt in een provincie.  Als er alleen gemeen­telijke samen­voe­gingen waren geweest, was de historische situatie herleidbaar tot de tegen­woordige tijd.  Maar helaas, soms werden gemeenten opgeheven en het gebied verdeeld over andere gemeenten.  Om maar niet te spreken over alle gemeen­telijke (en provin­ciale) grensaanpassingen.
Soms 'verhuisden' hele gemeenten:  zo ging gemeente Leimuiden in 1864 over van Noord-Holland naar Zuid-Holland, Urk in 1950 van Noord-Holland naar Overijssel en in 1986 naar Flevoland, Oudewater in 1970 van Zuid-Holland naar Utrecht.  En veel Wadden­eilanden zijn ook verkast.
Dus de samen­stelling van de huidige gemeenten uit de histo­rische gemeenten is slechts een benadering;  plaatsen kunnen verhuisd zijn naar een andere gemeente.  En er blijven rand­gevallen:  plaatsen die op de grens van 2 gemeenten liggen (dus in 2 gemeenten).

Bronnen

Gemeenten:  CBS lijst.  Deze laat de eerste gemeenten beginnen in 1830, of voor Limburg in 1839 (het Kadaster is officieel opgericht in 1832).  Ook vóór 1830 waren er gemeenten (soms zelfs al opgeheven voor 1830). 

Plaatsen:  Voornamelijk de Volkstelling 1859, met name de "Naamlijst der Dorpen, Buurtschappen en Gehuchten", en de "Alphabetische Naamlijst van Steden, Gemeenten en Plaatsen" door A.L. van der Harst - 1848 (Google Books).

Diverse bronnen: o.a. Grote Historische Atlas 1894-1933, Gemeente Atlas 1868, Gemeente geschiedenis (gemeen­telijke herin­delingen), eigen genealogische vondsten.

=O=